Home GemeenteLeiden Een leven in beweging: over samenleven, politiek en sterfelijkheid

Een leven in beweging: over samenleven, politiek en sterfelijkheid

by Roeland van Wely
0 comments

Nooit alleen gewoond: een leven tussen gezinnen, studentenhuizen en logés

LEIDEN – “Ik heb nog nooit alleen gewoond.” Het klinkt bijna verbaasd wanneer hij het zegt. Toch beschrijft die ene zin een groot deel van het leven van Bert Jansen: van een druk gezin met tien kinderen tot studentenhuizen en een huis waar nog steeds iemand logeert.

Nu hij binnenkort afscheid neemt van de Leidse gemeenteraad als raadslid, maar ook het einde van zijn leven snel dichterbij komt, spreek ik hem thuis. Jansen groeide op in een groot gezin. “Ik kom uit een gezin van tien kinderen. Ik was de vierde.” Stilte was er nauwelijks. In een huishouden met zoveel kinderen was er altijd beweging in huis: iemand die huiswerk maakte aan tafel, iemand die naar buiten rende of iemand die ruzie maakte met een broer of zus.

Kort daarna volgde opnieuw een omgeving vol leeftijdsgenoten: een internaat. “Dan zit je met zes keer dertig jongens van jouw leeftijd. Gewoon in een klooster.” De dagen waren strak georganiseerd en de slaapzalen en gangen zaten vol jongens van dezelfde leeftijd. Het leven speelde zich grotendeels gezamenlijk af: eten, lessen, sporten en vrije tijd. Later verhuisde hij naar een studentenwoning. Daar werd het delen van ruimte opnieuw normaal. “Je had natuurlijk een eigen kamertje, maar de keuken en de wc moest je allemaal delen.”

In zulke huizen leer je snel rekening houden met anderen, zegt hij. Wie het eerst opstaat zet koffie, iemand anders kookt ’s avonds en ondertussen lopen mensen in en uit. Het idee om volledig alleen te wonen voelde daardoor nooit vanzelfsprekend. Ook nu niet. In zijn huis woont nog altijd iemand anders mee: een vriend van zijn zoon.

“Die heeft zijn eigen leven en ik heb het mijne”, zegt hij. “Het is een soort hospitaregeling. Hij moet uiteindelijk weer weg, maar voorlopig gaat het goed zo.” Het samenleven is informeel. Iedereen heeft zijn eigen ritme en bezigheden. De aanwezigheid van iemand anders in huis geeft rust. Niet alleen vanwege het gezelschap, maar ook om praktische redenen.

“Als ik morgen doodval of uitglijd onder de douche, dan kom ik misschien niet meer overeind. Dan moet er wel iemand zijn die het merkt.” Samenleven is voor hem altijd de norm geweest. Van familie tot internaat, van studentenhuis tot een huis met tijdelijke logés: het huis is zelden leeg geweest. En dat vindt hij eigenlijk precies goed zo. 

“Vroeger moest ik afgeremd worden”: leven met ziekte en een ander tempo

LEIDEN – Het tempo van het dagelijks leven verandert nu hij zieker wordt. Dat merkt hij iedere ochtend opnieuw. “Vroeger moest ik afgeremd worden”, vertelt Bert Jansen. “Nu moet ik opgestart worden.”

De dag begint tegenwoordig rustig. Eerst koffie, dan de krant. Pas daarna komen de kleine taken in huis in beeld. “Dan denk ik: ik moet nog even opruimen, want ik had een plantenbak omgegooid. Dan wil ik niet dat jij dat zo ziet en dan ruim ik dat op.” Het zijn kleine momenten die laten zien hoe het ritme van de dag verandert. Dingen kosten soms meer tijd dan vroeger, maar ze blijven wel gedaan worden.

“Het kost me moeite om me ergens toe te zetten. Als ik eenmaal bezig ben gaat het wel weer.” Door de tumoren werkt zijn lever minder goed dan vroeger. Toen de behandelingen stopten was ongeveer de helft van de levercapaciteit nog over. “Toen we stopten met de chemo’s zat ik op de helft van mijn levercapaciteit.” Nieuwe scans worden niet meer gemaakt. Volgens de artsen zou dat weinig veranderen aan de situatie: “We kunnen scannen wat we willen, maar we kunnen er toch niks meer aan veranderen.”

Tot voor kort speelde ook de lokale politiek nog een rol in zijn dagelijks leven. Vier jaar lang zat hij in de Leidse gemeenteraad namens D66. Wanneer hij terugkijkt op die periode, ziet hij vooral het contact met inwoners als een van de belangrijkste onderdelen van het werk. “Dat raadsspreekuur is ik echt geweldig”, zegt hij. Tijdens dat spreekuur kunnen inwoners elke eerste maandag rechtstreeks met raadsleden praten over problemen of plannen in de stad. Volgens hem is dat precies waar het raadswerk om draait. Inmiddels zit zijn raadswerk er bijna op. Dat betekent niet dat zijn betrokkenheid bij de politiek helemaal verdwenen is. Binnen de partij blijft hij nog actief: “Ik stap nu uit de gemeenteraad, dat moet ik loslaten, maar ik blijf nog wel actief bij D66.”

Na het vertrek uit de raad is het dagelijkse ritme opnieuw veranderd. De agenda is rustiger geworden en de dagen verlopen in een lager tempo, maar de dagen hebben nog steeds hun eigen structuur. Dingen gaan misschien langzamer, maar ze gaan wel door. “Alles doet het nog wel”, zegt hij nuchter. Het leven is veranderd, maar niet stilgevallen.

Van Odessa tot de aidsepidemie: herinneringen aan een veranderend nachtleven

LEIDEN – Toen café Odessa ruim veertig jaar geleden in Leiden ontstond, was het idee eigenlijk eenvoudig: een plek maken waar ook homo’s elkaar konden ontmoeten, praten en ideeën uitwisselen. Niet alleen een bar om iets te drinken, maar een ruimte waar een gemeenschap kon ontstaan.

Hij zag het café altijd als meer dan een horecazaak. In ons gesprek vergelijkt Bert Jansen het zelf met de salons uit vroegere tijden, waar mensen samenkwamen om te praten over kunst, politiek of het leven. “Een café op zich is niks”, zegt hij. “Het gaat om de mensen die er komen.”

“De inrichting van Odessa was niet heel veel bijzonders”, vertelt hij. “Maar je kende iedereen die binnenkwam.” Dat maakte het café tot een soort huiskamer voor een vaste groep bezoekers. Mensen kwamen er niet alleen om te drinken, maar ook om te praten, plannen te maken, de liefde te zoeken of gewoon even onder elkaar te zijn.

Volgens hem werkte zo’n plek alleen als er ook een gevoel van veiligheid was. Daarom stond hij vaak zelf bij de deur: “Je hoeft ook niet iedereen in je huiskamer uit te nodigen.” Soms betekende dat dat hij mensen moest weigeren. Niet omdat ze iets verkeerd hadden gedaan, maar omdat hij het gevoel had dat ze niet bij de sfeer van het café pasten.

“Ik zei dan: dit is een café vol goudvissen en jullie zien eruit als haaien. Dan worden die goudvissen onrustig.” Het was een manier om duidelijk te maken dat Odessa een plek was waar bezoekers zich vrij moesten kunnen voelen. Het café moest een ruimte blijven waar mensen zichzelf konden zijn. Maar in de jaren tachtig veranderde de sfeer in het nachtleven abrupt. Een nieuwe ziekte verscheen in de gemeenschap: aids. In het begin wist bijna niemand precies wat het was. Geruchten en verhalen gingen rond, maar zekerheid was er nauwelijks. Voor veel mensen in de scene bracht dat een gevoel van onzekerheid en angst.

Toen aids zich begon te verspreiden, werd de impact snel zichtbaar. Mensen die regelmatig in cafés kwamen, werden ziek. Bekenden verdwenen uit het dagelijks leven. Voor hem betekende dat ook persoonlijk verlies. Vrienden en bekenden uit de uitgaansscene stierven soms op jonge leeftijd. Het café bleef bestaan, maar de sfeer veranderde. Er kwamen ook steeds meer hetero’s in Odessa.

Drukke avonden, nieuwe vriendschappen. “Het werd een heel andere tijd”, vertelt Jansen. De herinneringen aan Odessa blijven voor hem verbonden met een bijzondere periode: het café was een gemeenschap. “Ook nu nog sta ik in contact met het merendeel van mijn oud-personeelsleden”, vertelt Jansen.

Boeken, ideeën en het zoeken naar nuance

LEIDEN – Naast stapels papieren en kranten staat er ook een kleine verzameling boeken in de kast waar Bert Jansen regelmatig in bladert. Niet alleen om te lezen, maar vooral om na te denken. Ideeën over identiteit, samenleving en hoe mensen met elkaar omgaan houden hem bezig.

“Identiteit,” zegt hij terwijl hij naar een boek wijst, “daar heb ik een heleboel boeken over.”  Een van de boeken die hem recent aansprak gaat over de romantische denkers rond de Duitse stad Jena aan het einde van de achttiende eeuw. In die periode kwamen schrijvers, wetenschappers en filosofen bij elkaar in salons om ideeën uit te wisselen.  Volgens hem is het samenbrengen van verschillende mensen juist wat zulke plekken interessant maakt. Het gaat niet alleen om de ideeën zelf, maar vooral om de ontmoeting tussen mensen met verschillende achtergronden: “Als verschillende types bij elkaar komen en een band hebben, dan ontstaat er iets.”

Een andere schrijver die hem bezighoudt, schrijft over identiteit. Die gedachte spreekt hem aan omdat ze volgens hem laat zien hoe ingewikkeld mensen eigenlijk zijn. “Je kunt alleen maar jezelf zijn door een ander,”, legt hij uit. “Je hebt anderen nodig om jezelf te vormen.” 

Volgens hem maken mensen vaak de fout om identiteit te versimpelen tot één kenmerk. Terwijl een mens altijd uit meerdere rollen bestaat. Om dat uit te leggen grijpt hij terug op een voorbeeld uit zijn eigen jeugd. “Toen ik op school zei dat ik verliefd was op Leo, zeiden mensen: dan ben je homo”, vertelt hij. “Maar ik zei: ik ben ook gymnasiast, ik zit in een klooster, ik kom uit het Westland, ik woon in Limburg. Ik ben een heleboel.” Toen was ik 15. “Ben ik dan een vijftienjarige? En blijf ik dan een vijftienjarige?”

Volgens hem wordt identiteit problematisch wanneer één aspect alles gaat bepalen: “Verliefd zijn op Leo was gewoon een onderdeel van mijn leven. Niet mijn hele identiteit.” Die gedachte komt ook terug in zijn politieke ideeën. Een ideale samenleving ziet hij niet als een eindpunt dat ooit bereikt kan worden.

“In een ideale samenleving moet alles wat niet ideaal is verdwijnen”, stelt hij. “Dan krijg je eigenlijk een dictatuur.” Volgens hem is het juist goed dat de samenleving nooit perfect is. “Dan hebben we tenminste nog iets om aan te werken,” zegt hij. “En hebben de volgende generaties ook nog iets te doen.”

Boeken zijn voor hem geen handleiding voor het leven. Ze zijn eerder een uitnodiging om opnieuw te kijken naar hoe mensen samenleven. En dat gesprek, zegt hij, begint altijd met anderen. “Je hebt elkaar nodig om na te denken.”

De dood als iets dat langzaam dichterbij komt

LEIDEN – Over de dood spreekt Bert Jansen zonder omwegen. Niet dramatisch, maar nuchter. Het hoort bij het leven, zegt hij, en daarom probeert hij het ook praktisch te benaderen. “De dood is niet voor je, maar achter je. Je gaat niet morgen dood, maar elke uur dat je verspilt ligt achter je.” 

Die gedachte helpt hem om het leven anders te bekijken. Niet als iets dat precies volgens plan moet verlopen, maar als iets dat zich gaandeweg ontvouwt: “Het leven is geen invuloefening. Het leven is wat er gebeurt terwijl je andere plannen had”, stelt hij. Die manier van denken helpt hem ook nu in een tijd dat zijn gezondheid achteruitgaat. Door tumoren werkt zijn lever steeds minder goed. Wanneer het echt misgaat, wat onvermijdelijk is, weet hij ongeveer hoe dat eruit zal zien.

“Uiteindelijk word ik heel moe en dan worden mijn ogen geel.” Op dat moment wil hij zelf een beslissing kunnen nemen over het einde van zijn leven. “Als ik niet meer uit bed kan komen, dan is het klaar”, aldus Jansen. Hij wil voorkomen dat hij bewusteloos raakt voordat hij een keuze kan maken. In dat geval zou euthanasie namelijk niet meer mogelijk zijn. “Dan zit de familie nog een hele tijd opgescheept met een lijk dat niet dood wil”, zegt hij nuchter. 

Daarom heeft hij de praktische zaken al geregeld. Het testament is opgesteld. Een deel van zijn filmcollectie en documentatie ging naar musea en archieven. Het archief van café Odessa wordt momenteel gedigitaliseerd: “Mijn persoonlijke archieven verdeel ik over mijn kinderen.”

Zelf maakt het hem weinig uit wat er uiteindelijk met zijn lichaam gebeurt: “Cremeren of begraven had mij niet uitgemaakt.” Zijn kinderen dachten daar anders over. Zij wilden graag een plek om naartoe te kunnen gaan. “Dus dan wordt het begraven.”

Ondanks de voorbereidingen voelt de dood voor hem nog niet als iets dat direct voor de deur staat. Zijn dagen hebben nog steeds een ritme: “Ik ben nu van ’s morgens acht tot ’s avonds negen actief.” Voor hem is het belangrijkste dat hij het moment zelf kan herkennen wanneer het genoeg is geweest. Tot die tijd probeert hij vooral te blijven doen wat hij altijd al deed: de dag nemen zoals die komt. “Meer smaken hebben we niet”, zegt Jansen. Het leven, concludeert hij, laat zich toch niet precies plannen.

A man in a red suit covered in white hearts holds a megaphone, standing outdoors against a blue sky.

Laatste update:

De afgelopen jaren waren extra bonustijd en daar heb ik ruim gebruik van gemaakt. Mooie dingen maken, tuinieren, open gesprekken, lekker eten, interessante lectuur, films en dromen, goed gezelschap en een warm thuis. Dankbaar neem ik afscheid.

Liever geen bloemen maar een gift aan ANBI stichting Namasuba Kids waarmee Anita en Ingrid, vrienden van mij, in Oeganda een school beheren:
https://namasubakids.com/bert/

You may also like

Naamloos-6

Leidse Pers: jouw centrale hub voor alles wat er speelt in Leiden – nieuws dat de regio tot leven brengt! Leidse Pers is de bron voor alles wat er gebeurt in en rond Leiden, in zowel het Nederlands als het Engels. Van lokale updates tot diepgravende verhalen die onze gemeenschap vormen – wij brengen de Leidse regio tot leven op een frisse, toegankelijke en betrokken manier.

Website: www.leidsepers.com Soledad, A Media Company – All Right Reserved. Designed and Developed by Penci Design

Are you sure want to unlock this post?
Unlock left : 0
Are you sure want to cancel subscription?
-
00:00
00:00
Update Required Flash plugin
-
00:00
00:00