Van archief tot modelbaan: station Leiden Heerensingel herrijst in miniatuur
LEIDEN – “Op een gegeven moment dacht ik: ik wil een baan bouwen die echt ergens over gaat.” Wat begon als een hobby met modeltreinen groeide voor Leiderdorpse modelbouwer Hans Nuiver uit tot een historisch project: het reconstrueren van het in 1970 gesloopte station Leiden Heerensingel – compleet met emplacement – in modelvorm.
Het station, dat in 1912 werd geopend, lag aan een lokaalspoorlijn die Leiden verbond met onder meer Roelofarendsveen en verder richting Amsterdam. Het kopstation aan de Heerensingel verdween uiteindelijk in de jaren zeventig uit het stadsbeeld. Voor veel Leidenaren is het inmiddels een vergeten hoofdstuk uit de spoorweggeschiedenis.
Voor Nuiver begon het onderzoek met een eenvoudige vraag tijdens fietstochten langs de Herensingel: waar kwam het oude spoor en het voormalige stoomblok vandaan? “Dan ga je zoeken in archieven, op internet en praten met mensen die het nog meegemaakt hebben.” Ook oud-brandstofhandelaren uit de buurt bleken waardevolle verhalen te hebben.
Het model van het station werd uiteindelijk gemaakt met behulp van 3D-printtechniek. Op basis van historische tekeningen uit archieven werd het gebouw door een gespecialiseerd bedrijf
(3D scaleworks) digitaal nagetekend en vervolgens in tientallen onderdelen geprint. “Die printer draait soms honderd uur voor zo’n gebouw”, vertelt hij. “Daarna moest ik alles nog zelf in elkaar zetten, schilderen en afwerken.”
Het resultaat is een gedetailleerde reconstructie van het stationsgebouw, inclusief ornamenten en de karakteristieke architectuur uit het begin van de twintigste eeuw. Zelfs de indeling is zo nauwkeurig mogelijk nagebouwd: beneden de stationshal en kantoren, boven woningen voor personeel.
Het model vormt nu het middelpunt van een grotere modelbaan ‘under construct’, waarop het complete emplacement van Leiden Heerensingel wordt nagebouwd. Daarvoor waren tientallen wissels nodig en veel historisch speurwerk om het oorspronkelijke sporenplan te reconstrueren.
Voor het emplacement was bovendien flink wat techniek nodig. Op de modelbaan liggen uiteindelijk 21 wissels, waarvan vijf kruiswissels. “Dat aanleggen was misschien nog wel het meeste werk. Maar juist daardoor kun je straks echt zien hoe het oude spoorcomplex werkte.”
Het project in wording werd al eens getoond tijdens Open Monumentendag in een klein museum in Leiderdorp. Dat leverde onverwachte reacties op. “Dan komen mensen die daar vroeger gewerkt hebben of in de buurt woonden. Die vertellen ineens verhalen over kolenwagens of locomotieven die ze nog hebben gezien.”
Zo groeit de modelbaan langzaam uit tot meer dan een hobby. Het is een poging om een verdwenen stukje Leidse geschiedenis weer zichtbaar te maken. Wie helpt mij/hem aan meer informatie? Email: modelbaannieuweschans@gmail.com

Kleine locomotieven en trage treinen: zo reed het spoor naar Leiden Heerensingel
LEIDEN – De treinen die ooit naar station Leiden Heerensingel reden waren klein en langzaam, maar vormden begin twintigste eeuw een belangrijke verbinding voor dorpen rond Leiden. “Die dingen reden niet harder dan dertig kilometer per uur”, vertelt modelbouwer Hans Nuiver. “Je deed er eindeloos over om van hier in Amsterdam te komen.”
De spoorlijn werd geopend in 1912 en maakte deel uit van een lokaal netwerk dat Leiden via Hoofddorp en Aalsmeer met andere plaatsen verbond. Het eindpunt lag bij het kopstation aan de Heerensingel, waar treinen moesten keren voordat ze weer vertrokken.
De dienstregeling was bescheiden. “Ik denk dat het zes- tot acht (retour) ritten per dag waren”, zegt Hans die zich in de geschiedenis van de lijn heeft verdiept. Voor veel dorpen betekende de spoorlijn desondanks een grote stap vooruit: voor het eerst konden inwoners relatief snel naar de stad reizen.
Het materieel was eenvoudig. De treinen bestonden meestal uit kleine stoomlocomotieven met een paar rijtuigen. Die wagens waren aanvankelijk speciaal voor de maatschappij gebouwd en waren bedoeld voor korte regionale trajecten. Op modelbanen zijn ze tegenwoordig hier en daar nog terug te vinden als bouwpakketten van kleine producenten.
Bij Hans op zolder rijden verschillende locomotieven die typerend zijn voor de tijd waarin de lijn bestond. Zo is er een model van een goederenlocomotief uit de serie 2900, een type dat rond het einde van de negentiende eeuw werd gebouwd en nog tot in de jaren dertig dienstdeed. “Dat was een locomotief uit 1885 die nog tot in de jaren dertig goederentreinen reed.”
De modelbaan van Hans laat niet één moment uit de geschiedenis zien, maar meerdere. Hij combineert materieel uit verschillende perioden om het spoorcomplex te laten functioneren zoals het decennialang heeft gedaan. “Ik heb het eigenlijk integraal bij elkaar gebouwd”, legt hij uit. “Dat betekent dat ik van ongeveer 1910 tot 1970 kan rijden.”
De treinen vervoerden zowel passagiers als goederen. Vooral landbouwproducten uit de omliggende dorpen werden via het spoor naar grotere steden gebracht. In plaatsen als Roelofarendsveen werd veel groente verbouwd die via het spoor sneller naar andere delen van Nederland en het Duitse achterland kon worden vervoerd.
Na de Tweede Wereldoorlog was er een tekort aan spoorwegmaterieel. Daarom werden wagons van de Zweedse spoorwegen gebruikt om het vervoer weer op gang te brengen op de Noordelijke Haarlemmermeerlijnen. “Die werden door de Amsterdammers ‘tuinhuisjes’ genoemd.” Op de modelbaan rijden ze nog altijd rustig over het emplacement.
Een spoorlijn met grote plannen: hoe Leiden Heerensingel toch een zijlijn bleef
LEIDEN – Toen begin twintigste eeuw de spoorlijn naar Leiden Heerensingel werd aangelegd, waren de verwachtingen hoog. De lijn moest onderdeel worden van een regionaal netwerk dat dorpen in en rond de voormalige Haarlemmermeer beter met de stad zou verbinden. In de praktijk bleek de onderneming moeilijk rendabel te maken.
De spoorlijn werd gebouwd door de Hollandsche Electrische-Spoorweg-Maatschappij (HESM). De naam suggereerde een modern elektrisch spoor, maar in werkelijkheid bleven de treinen met stoom rijden. “De HESM is nooit elektrisch geworden. Het is altijd stoom gebleven”, vertelt modelbouwer en spoorliefhebber Hans Nuiver.
Vanuit Leiden moest een lokaal netwerk ontstaan dat via onder meer Alphen aan den Rijn doorliep richting Aalsmeer, Hoofddorp, Amsterdam en Haarlem. “Het ging op Alphen, het ging tot Haarlem en tot in Utrecht”, zegt Hans. Het station Leiden Heerensingel werd gebouwd als kopstation. Treinen kwamen de stad binnen, maakten kop en reden daarna weer het Groene Hart in. Daardoor kreeg het emplacement relatief veel sporen en wissels voor een lokale lijn.
De jonge maatschappij had echter vanaf het begin te maken met sterke concurrentie. De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM) exploiteerde al de belangrijke lijn Amsterdam–Haarlem–Leiden–Rotterdam en had daarmee een stevige positie in het spoorverkeer. Uiteindelijk kreeg die maatschappij ook invloed op de lokale lijn. “De HSM kreeg uiteindelijk 51 procent van de aandelen in handen”, vertelt Hans. Het aantal reizigers bleef beperkt. In 1936 reed de laatste passagierstrein naar Leiden Heerensingel. “Toen bleek het gewoon niet meer rendabel.”
Toch bleef het spoor daarna nog jarenlang belangrijk voor goederenvervoer. Via een verbindingsboog met Leiden Centraal konden goederenwagens het emplacement blijven bereiken. Ook de nabijgelegen Leidse gasfabriek maakte gebruik van de spoorverbinding. Steenkool en andere grondstoffen konden via goederenwagens worden aangevoerd.
In de jaren vijftig vestigden zich daarnaast verschillende brandstofhandelaren op het emplacement. Zij gebruikten het spoor voor de aanvoer en opslag van kolen en andere brandstoffen. Zo bleef het gebied nog decennia een bedrijvig stuk spoor in de stad. Op de modelbaan van Hans is die ontwikkeling nog altijd zichtbaar. Omdat de lijn nooit werd geëlektrificeerd, kan hij verschillende tijdperken combineren zonder bovenleiding te hoeven bouwen. Zo rijden stoomlocomotieven uit de beginjaren van de lijn naast latere diessellocomotieven die het terrein nog lang gebruikten.
In 1970 werd het station gesloopt en verdwenen ook de sporen uit het stadsbeeld. Dankzij de modelbaan van Hans wordt dat vergeten stukje Leidse spoorweggeschiedenis opnieuw zichtbaar.

Van oorlogsspoor tot vervuilde bodem: de onverwachte erfenis van Leiden Heerensingel
LEIDEN – Het spoor rond station Leiden Heerensingel speelde niet alleen een rol in het vervoer van reizigers en goederen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg het emplacement een onverwachte militaire betekenis. Decennia later bleek dat zelfs de bodem onder het voormalige spoor nog sporen van dat verleden droeg.
Aan de rand van het emplacement liep een apart spoor richting het water. Goederen konden daar direct tussen trein en schip worden overgeladen. In de oorlog kreeg dat spoor een nieuwe functie. “Daar werden V2-raketten afgeladen”, vertelt modelbouwer en spooronderzoeker Hans Nuiver. “Die werden vervolgens naar de duinen gebracht om op Londen afgevuurd te worden.”
Door die transporten werd het gebied rond het spoor militair terrein. Dat maakte het ook een doelwit voor geallieerde bombardementen. In 1944 probeerden vliegtuigen het emplacement te raken, maar dat liep anders dan gepland.
“Ze zagen de toren van de Heerensingelkerk aan voor het torentje van het station”, legt Hans uit. De bommen kwamen daardoor niet op het spoor terecht, maar in de omliggende woonwijk. De gevolgen waren groot. “Bij dat bombardement zijn tientallen mensen om het leven gekomen in die buurt”, zegt hij. Het spoor zelf bleef grotendeels intact.
Na de oorlog veranderde het gebied. In de jaren vijftig vestigden zich verschillende brandstofhandelaren aan het spoor. Kolen – ook voor de nabij gelegen gasfabriek -, olie en andere brandstoffen werden er opgeslagen en verhandeld. De gevolgen daarvan bleken pas veel later zichtbaar. “Die oliewagens stonden daar en ’s avonds kwamen er volgens zegslieden jongens die de kranen opendraaiden”, vertelt Hans. “Dat liep gewoon de grond in.”
Ook het stoomtijdperk liet zijn sporen achter. Asresten, kolengruis en andere afvalstoffen verdwenen jarenlang rechtstreeks in de bodem. Toen de gemeente Leiden begin deze eeuw het terrein wilde overnemen, kwam de vervuiling aan het licht. “Toen bleek dat het een gigantisch vervuilde zaak was”, zegt Hans.
Het gevolg was een grote bodemsanering in 2011 en 2012. De werkzaamheden vonden plaats terwijl de wijk al bewoond was. Volgens Hans ging het om een ingreep van miljoenen euro’s. “Dat bedrag is de gemeente Leiden bespaard gebleven!”
Vandaag herinnert in het straatbeeld nog weinig aan het spoor dat hier ooit liep. Alleen op de modelbaan van Hans rijdt het oude emplacement nog. Daar kruisen stoomtreinen en goederenwagens opnieuw de plek waar ooit raketten werden gelost en waar later een milieuprobleem onder de grond verborgen bleek te liggen.